Transportverliezen van elektrische en thermische energie verkregen uit fossiele en nucleaire energiebronnen

Tussen de centrales en de gebouwaansluiting zijn er transportverliezen, die gemiddeld zo’n 10% van de geproduceerde elektriciteit uitmaken.

De elektriciteit die de gebouwen binnenkomt (en feitelijk in rekening wordt gebracht als verbruikte energie) wordt in de infraroodstralers omgezet in thermische energie met verwaarloosbare verliezen.

Deze thermische energie wordt in de kamers uitgestraald. Convectieverwarming wordt niet in overweging genomen omdat deze minimaal is. Infraroodstraling verwarmt niet alleen oppervlakken (muren, plafonds en vloeren), maar ook objecten in de kamer.

De lucht wordt indirect verwarmd door het opwekken van lichte convectiebewegingen vanaf muren, plafonds en vloeren. Met deze technologie zijn de oppervlakken warmer dan de lucht.

Door de infrarood panelen ook dicht bij de vloer te plaatsen wordt deze voor het plafond verwarmd; het resultaat is een hogere vloertemperatuur dan het plafond, wat zich onmiddellijk vertaalt in klimaatwelzijn dat direct wordt waargenomen door mensen (geen koude voeten en warmer voor kinderen). De muren, die warmer worden dan de lucht in de kamer, voorkomen het ontstaan van condens en schimmelvorming.

Concluderend kan worden gesteld dat de zeer verminderde convectie een zeer lage circulatie van stof en mijten veroorzaakt met als resultaat dat problemen van astmatische of allergische mensen worden geëlimineerd.